Mercedes-Benz W123 etiquette

 

Hoe rijdt men in een Mercedes-Benz W123 personenauto. Enkele handreikingen.

 

Onder de W123-liefhebbers in onze kringen bevinden zich wellicht ook enkelen wier W123 het eerste voertuig is met een driepuntige ster. Wellicht hebben ze al ervaren dat het rijden in een Mercedes-Benz personenauto anders is dan het rijden in autos van andere fabrikaten. Voor hen maar ook voor diegenen die al jaren in een Mercedes-Benz rijden wellicht enige praktische tips over hoe een exemplaar van de oudste automobielfabriek ter wereld correct te berijden is.

 

Laten we beginnen bij het begin: het instappen. Controleer alvorens dat te doen of de auto vrij staat en beoordeel voor het instappen hoe een parkeerplek te verlaten. Dit scheelt extra manoeuvreren met koude motor. Ik vermoed dat vele W123-ers inmiddels in een garage staan maar voor de buitenslapers geldt uiteraard dat ruiten en spiegels voor het starten water- of ijsvrij worden gemaakt. Stap niet in door U ijlings op de Federkern te laten ploffen maar kies Uw zitplaats behoedzaam en met beleid. Trek het portier nadrukkelijk dicht, tegen de stramme passing van de afdichtrubbers in. Stel ook vr de start de bestuurderstoel en spiegels af. Leg dan de veiligheidsgordel om en controleer of de parkeerrem is bediend en de versnellingsbak in vrij of de Automatic in P (de letter P staat voor Parken) staat. Start dan pas de motor. Doe dit volgens de fabrieksinstructie.

 

Bij carburatiemotoren eerst het contact aanzetten, afhankelijk van de buitentemperatuur het gaspedaal, bij een Mercedes-Benz is de juiste benaming overigens Fahrpedal, n of twee keer intrappen. Hierdoor wordt de startautomatiek tijdig in werking gesteld wat een soepele start mogelijk maakt (bij de huidige benzines die snel vervluchtigen kan het bij de 250 en 280 modellen nodig zijn veel vaker te pompen om te vlotterkamer van de Solex 4A1 goed te vullen). Bij inspuitmotoren kan deze stap achterwege blijven; alleen bij zeer lage buitentemperaturen (-20 en lager) kan een bediening van het Fahrpedal voor de start nodig zijn. Doet men dit andersom (eerst Fahrpedal bedienen en dan ontsteken), wat vaak gebeurt, werkt de startautomatiek niet goed. Diesels niet te kort maar ook niet te lang voorgloeien. Start de Dieselmotor zodra de voorgloei-indicator is gedoofd. Start in n keer. Een goed onderhouden Mercedes-Benz motor start onder alle omstandigheden altijd in n keer. Zo niet, na circa dertig seconden stoppen met starten en het mechaniek twee minuten op adem laten komen; dit spaart accu en startmotor. Spoedig de oorzaak van het slechte starten (laten) herstellen; het wordt niet vanzelf beter, wel slechter.

 

Tijdens de start het Fahrpedal, niet aanraken. Dit verstoort de warmloopfase belangrijk. Direct wegrijden en de motor niet warm laten draaien. Dit kost extra brandstof en bekort de levensduur van de motor aanmerkelijk. Breng de motor zo snel mogelijk op temperatuur door een route te kiezen waar spoedig circa 70 km/h gereden mag worden. Bij deze snelheid bereikt de motor zijn ideale temperatuur snel zonder overmatige cilinderwandslijtage. Bij de 250 is de tweede trap van de carburateur afgesloten tot het bereiken van de bedrijfstemperatuur. Behandel de koude motor zorgvuldig en houd het toerental tussen de 2.000 en 3.000 toeren per minuut. Alle Mercedes-Benz zijn zo ontworpen dat in dat toerengebied het optimale draaimoment beschikbaar is. Op tijd schakelen. Het maximale toerental in een versnelling is aangegeven door oranje markeringen op de snelheidsmeter maar de bewuste Mercedes-rijder schakelt eerder. Door de verschillende eindoverbrengingen heeft Mercedes-Benz de moeite genomen voor ieder type een andere snelheidsmeter te maken. Doe er Uw voordeel mee. Bij modellen voorzien van de Mercedes-Benz Automatic kan het nuttig zijn bij ritten in de stad de stand S (voor Steigung en niet voor Sportief!) te kiezen; de vierde versnelling wordt dan niet vanaf circa 40 km/h ingeschakeld wat het spoedig bereiken van de bedrijfstemperatuur bevordert.

 

Velen denken dat Mercedes-Benz uit de jaren zeventig en tachtig stevige drinkers zijn maar dat is een misverstand. Indien een Mercedes-Benz op de juiste wijze wordt bestuurd en het technisch potentieel volledig wordt benut kan een Mercedes-Benz W123 net zo zuinig zijn als een moderne auto van gelijk gewicht en comfort. Alleen bij snelheden boven de 120 km/h zal het verbruik hoger zijn omdat de luchtweerstand van de W123 minder goed is dan van nieuwe autos.

 

Het belangrijkste bij een zwaardere auto zoals een Mercedes-Benz is wel het voortglijdend rijden. Probeer bij het aanrijden van een verkeerslicht of kruising te voorkomen dat de auto stil komt te staan. Lukt dat niet, sta dan op tijd stil. U moet de onderzijde van de banden van Uw voorganger nog kunnen zien; zo heeft U genoeg ruimte weg te draaien indien dat nodig mocht zijn en is er ruimte om de verplaatsing door een onverhoopte aanrijding achter op te vangen. Misschien zijn die centimeters dan het verschil tussen total loss en reparatie. Ook per ongeluk langzaam achteruit rijdende vrachtwagens laten dan geen blijvende indruk achter.

 

Indien echter mogelijk de auto steeds laten rollen. Daartoe tijdig het Fahrpedal loslaten en langzaam op de verkeershindernis aanrijden. Mercedes-Benz onderzoek heeft uitgewezen dat een dergelijke rijstijl circa 1 2 liter brandstof per honderd kilometer scheelt. Bovendien kan de sinds 1981 standaard op de inspuitmodellen geleverde Schubabschaltung die bij gesloten gasklep boven de 1.500 tpm de brandstoftoevoer afsluit, zijn werk goed doen. Deze rijstijl geldt vooral de stad en de autoweg waar gemiddeld circa 75 percent van de autoritten wordt gemaakt. Laat vooral het tegenwoordig zo modieuze snel optrekken en hard remmen achterwege. Dat kost extra brandstof, banden en bekort de levensduur van het mechanisch gedeelte aanmerkelijk. U ziet de stoplicht cavaliers wel terug bij het volgende verkeerslicht. Gun U zelf de tijd om te schakelen. Mercedes-bakken kunnen nu eenmaal niet heel snel worden bediend. Dit geldt ook de Automatics; rustig laten schakelen en door de juiste stand van het Fahrpedal te kiezen de versnellingen soepel laten inschakelen. Als U dat goed doet is de inschakeling van de vierde versnelling bij circa 40 tot 50 km/h welhaast onmerkbaar.

 

Op de snelweg geldt mutatis mutandis hetzelfde. Probeer grote snelheidsverschillen te vermijden. U merkt hoe belangrijk dit is wanneer U na een korte pauze die langzame vrachtwagen die U voor de pauze inhaalde pas weer na een uur inhaalt. Beter langdurig snel dan afwisselend haastig te rijden. Breng de Mercedes-Benz op kruissnelheid en houd die snelheid aan zonder al te veel veranderingen. Het is wellicht voor velen interessant te weten dat een Mercedes-Benz zijn ideale kruissnelheid heeft bereikt wanneer de snelheidsmeternaald loodrecht omhoog staat. U herinnert zich: ieder type heeft zijn op de eindoverbrenging aangepaste snelheidsmeter. A propos overbrenging: voor het inhalen op tweebaans autowegen met een Automatic wagen is het vaak veiliger voorafgaande aan de inhaalmanoeuvre de derde versnelling met de hand in te schakelen door de stand S te kiezen tot circa 80 km/h. Hierdoor voorkomt U dat de auto bij het bedienen van de kick-down ofwel bergas te veel ongecontroleerde snelheid maakt.

 

Gebruik indien voorhanden zoveel mogelijk de Tempomat (cruise control, SA-code 440). Doe dit niet indien de verkeersomstandigheid het niet toe laten (te druk), de weg veel onoverzichtelijke bochten heeft of te glad is door regen(plassen), bladeren of vorst. Als vuistregel geldt dat de weg over een afstand van tien markeringsstrepen vrij moet zijn alvorens de Tempomaat in te schakelen. Doe dat met beleid. Haal de snelheid met het Fahrpedal, niet met de Tempomaathandle. Bij automobielen met Automatic en Tempomaat geen zware voorwerpen in het aflegbakje plaatsen. Bij hard remmen schieten ze naar voren en kunnen de Automatickeuzehandle in de neutraalstand manoeuvreren waardoor de motor zeer plotseling bij een hoog toerental onbelast draait wat motorschade teweeg kan brengen.

 

Het spreekt vanzelf dat iedere Mercedes-Benz berijder regelmatig de zogenaamde Tankstellencontroles uitvoert:

 

                         oliepeil

                         koelwaterpeil

                         remoliepeil

                         wisselbakoliepeil (alleen bij Automatic)

                         wiswaterpeil

                         bandenspanning

                         signaalinstallatie (verlichting en claxon)

 

Parkeer na het bereiken van Uw bestemming op een zorgvuldig gekozen plaats waar andere autoportieren de flank van Uw Mercedes-Benz, ondanks zijn stootlijsten, niet kunnen beschadigen. Kies ook een plaats waarvan U gemakkelijk kunt wegrijden en die niet in de draaicirkel van andere weggebruikers ligt. Bedien steeds de parkeerrem en plaats de Automatickeuzehandle in P (voor Parken) of kies de eerste versnelling bij een handbediende wisselbak. Zet de motor na een lange rit niet meteen af maar laat hem nog een minuut nadraaien om een hitteblokkade te voorkomen. Draai de voorwielen tegen de trottoirband indien U op een helling parkeert. In Duitsland is dit verplicht en het levert U een boete op indien U het vergeet. Schakel alle elektrische gebruikers (verlichting, ventilator, ruitenwissers etc.) uit alvorens het contact af te zetten. Gebruik het parkeerlicht in de duisternis. Sluit het portier met de portiergreep en sla het portier niet quasi zwierig dicht; het contragewicht in het portierslot laat het portier weer openspringen. Controleer de stand van het kofferruimteslot op autos met Zentralverrieglung (centrale deurvergrendeling, SA code 466). In verticale stand kan het kofferruimtedeksel alleen met de sleutel worden geopend nadat de overige sloten werden ontgrendeld. De inbreker kan nu toch niet de bagageruimte in.

 

U zult merken dat U door glijdend te rijden de aard van een Mercedes-Benz veel meer recht doet dan door te jagen en bovendien brandstof spaart. Dat is niet alleen goedkoper maar ook milieubewust. Op deze wijze ervaart U eerst goed wat Uw goede ster op al Uw wegen werkelijk vermag.

 

flt 040100